Donald Mitchell Healey ( DMH wilde hij genoemd worden ).

Hij is geboren op 3 juli 1898 in Perranporth ( Cornwall ). Hij is de zoon van een winkelier, die later aannemer en projectontwikkelaar werd.
Na zijn schooltijd ging hij als leerling werken bij Sopwith Aviation. Hier leerde hij het werken met machines.

Door het uitbreken van de 1e WO ruilde hij zijn werkzaamheden van mecanicien naar piloot. In 1916 kreeg hij een ongeluk bij 1 van de eerste nachtelijke bombardement missies, het resultaat was dat hij niet meer mocht vliegen. Hierna ging hij terug naar Cornwall, Hij nam een cursus auto/machine bouw en tevens was hij geïnteresseerd in  radio-ontvangers. Na het ontwerpen van een radio-ontvanger ging zijn voorkeur toch naar de auto's.

Zijn vader hielp hem met het opstarten van een garage. Hij haalde zijn inkomen onder andere uit het rijden met een touringcar en autoverhuur. Het bedrijf ging goed en de jonge DMH kreeg interesse in Auto sport. Hij kocht een ABC met   horizontaal platliggende, luchtgekoelde cilinders. In 1922 nam hij deel aan vele trials en heuveltochten.

Door de autosport ontmoette en ontwikkelde hij vriendschap met bekende mensen uit de auto branche, zoals de Riley broers en Cecil Kimber ( die  bezig was de MG op te starten).
Door zijn successen in de rally's en trials veroverde hij een plaats voor de rally van Monte Carlo in 1929. Hij reed deze race in een Triumph Super Seven Saloon.
Het eerste jaar werd niet veel, maar de 7e plaats in het volgende jaar leverde hem een fabrieksplaats op, in een Invicta.
In 1931 won hij deze rally ondanks dat de remmen van 1 wiel kapot waren.
Na een kort verblijf bij de Riley broers waar hij in een Riley Brooklands reed ging hij over naar de Triumph Motor Company.
In deze tijd verkocht hij zijn bedrijf.
Bij Triumph werd hij experimenteel ontwerper. Hij was verantwoordelijk voor het Triumph rally programma.

Toen hij bij deze firma werkte gaf hij Alfa Romeo een groot compliment door de motor van de Monza bijna te kopiëren. Deze motoren werden geïnstalleerd in de door hem ontworpen Triumph Dolomite Eight en Southern Cross.
Helaas werd 1 van de 3 Dolomites die gebouwd zijn, tijdens de rally van Monte Carlo in 1934 door een trein geraakt, niemand behalve de auto raakte ernstig gewond. DMH bleef bij Triumph totdat deze firma aan het begin van de 2e WO werd geliquideerd.

Toen ging hij over naar Humber, dit bedrijf was gespecialiseerd in pantser voertuigen. Hij deed dit met het idee om na de oorlog een eigen auto te gaan bouwen. Bij Humber ontmoette hij de chassis specialist Achille Sampietro die na de oorlog bij hem ging werken. Tijdens de oorlog was hij ook verantwoordelijk voor het ontwikkelen van een vliegtuig carburateur voor het ministerie van bevoorrading.

Na de oorlog ging hij met een 2.4 liter motor van Riley aan de slag. Deze motor produceerde 100 PK, dit was volgens DMH minimaal nodig voor een sportauto. Het team had moeite met het vinden van materialen, maar door het chassis en de aandrijving samen te stellen uit gedeeltes, wat in die tijd vreemd en ver vooruit was, kon hij toch een auto bouwen. Zoals gebruikelijk in Engeland liet hij de body en constructie over aan andere bedrijven. De roadster body werd gemaakt door Westland Engineering of Hereford. Tevens werd een dichte body gemaakt door Elliots of Reading.
De auto werd aan een enthousiaste pers getoond in januari 1946. Orders werden geplaatst en de Donald Healey Motor Company was geboren. Dit bedrijf stond in Warwick in een oude RAF hangar. Door verschillende bedrijven in te schakelen zijn de 8 auto's die in 1946 zijn gemaakt veelal verschillend.

In 1949 ging DMH samenwerken met Nash-Kelvinator Corporation.
Zijn plan was om sportauto's te bouwen met een 3.8 liter Nash 6 cilinder motor.
Deze Nash Healey was alleen voor Amerika ontwikkeld. Later deed hij in het geheim een deal met Austin's baas Leonard Lord om de A 90 2.6 liter 4 cilinder te kopen. Hij wou het gat vullen tussen de weinig vermogen hebbende MG-TC en de moderne maar dure Jaguar XK. Er werd gezocht naar een alternatief met een hoog volume en lage kosten. Het resultaat die hij samen met zijn zoon Geoffrey had ontwikkeld was de legende “Mona Lisa”, die later de naam Healey 100 kreeg, vanwege de PK's en de snelheid, die beiden boven de 100 kwamen.  

Na de Earls Court Motor Show, waar de Healey 100 werd gepresenteerd, was de auto een groot succes. DMH kwam met Leonard Lord, directeur van BMC, tot een overeenstemming voor de productie van de Austin Healey 100 bij BMC. Hij kreeg voor elke geproduceerde auto royalty's. De samenwerking duurde 16 jaar. Totaal zijn er drie ontwerpen gezamenlijk gemaakt, nl Austin Healey 100, Austin Healey 3000 en de Austin Healey Sprite.

In 1953 en 1954 maakte DMH, Amerikaanse en internationale records op de Bonneville zoutvlakten.

Toen hij in 1972 voorzitter was van Jensen Motors werd de Jensen Healey geïntroduceerd.
In 1973 kreeg DMH voor export een onderscheiding, namelijk Commander of the Order of the British Empire ( CBE ).
Totaal zijn er 200.000 Healey's gemaakt waarvan de meeste naar Amerika zijn geëxporteerd.
Op 15 januari 1988 overleed DMH.


Donald Mitchell Healey ( DMH wilde hij genoemd worden )

Hij is geboren op 3 juli 1898 in Perranporth ( Cornwall ). Hij is de zoon van een winkelier, die later aannemer en projectontwikkelaar werd.
Na zijn schooltijd ging hij als leerling werken bij Sopwith Aviation. Hier leerde hij het werken met machines.

Door het uitbreken van de 1e WO ruilde hij zijn werkzaamheden van mecanicien naar piloot. In 1916 verongelukte hij bij 1 van de eerste nachtelijke bombardement missies. Hierna ging hij terug naar Cornwall, Hij nam een cursus auto/machine bouw en tevens was hij geïnteresseerd in  radio-ontvangers. Na het ontwerpen van een radio-ontvanger ging zijn voorkeur toch naar de auto's.

Zijn vader hielp hem met het opstarten van een garage. Hij haalde zijn inkomen onder andere uit hetrijden met een touringcar en autoverhuur. Het bedrijf ging goed en de jonge DMH kreeg interesse in Auto sport. Hij kocht een ABC met   horizontaal platliggende, luchtgekoelde cilinders. In 1922 nam hij deel aan vele trials en heuveltochten.

Door de autosport ontmoette en ontwikkelde hij vriendschap met bekende mensen uit de auto branche, zoals de Riley broers en Cecil Kimber ( die  bezig was de MG op te starten).
Door zijn successen in de rally's en trials veroverde hij een plaats voor de rally van Monte Carlo in 1929. Hij reed deze race in een Triumph Super Seven Saloon.
Het eerste jaar werd niet veel, maar de 7e plaats in het volgende jaar leverde hem een fabrieksplaats op, in een Invicta.
In 1931 won hij deze rally ondanks dat de remmen van 1 wiel kapot waren.
Na een kort verblijf bij de Riley broers waar hij in een Riley Brooklands reed ging hij over naar de Triumph Motor Company.
In deze tijd verkocht hij zijn bedrijf.
Bij Triumph werd hij experimenteel ontwerper. Hij was verantwoordelijk voor het Triumph rally programma.

Toen hij bij deze firma werkte gaf hij Alfa Romeo een groot compliment door de motor van de Monza bijna te kopiëren. Deze motoren werden geïnstalleerd in de door hem ontworpen Triumph Dolomite Eight en Southern Cross.
Helaas werd 1 van de 3 Dolomites die gebouwd zijn, tijdens de rally van Monte Carlo in 1934 door een trein geraakt, niemand behalve de auto raakte ernstig gewond. DMH bleef bij Triumph totdat deze firma aan het begin van de 2e WO werd geliquideerd.

Toen ging hij over naar Humber, dit bedrijf was gespecialiseerd in pantser voertuigen. Hij deed dit met het idee om na de oorlog een eigen auto te gaan bouwen. Bij Humber ontmoette hij de chassis specialist Achille Sampietro die na de oorlog bij hem ging werken. Tijdens de oorlog was hij ook verantwoordelijk voor het ontwikkelen van een vliegtuig carburateur voor het ministerie van bevoorrading.

Na de oorlog ging hij met een 2.4 liter motor van Riley aan de slag. Deze motor produceerde 100 PK, dit was volgens DMH minimaal nodig voor een sportauto. Het team had moeite met het vinden van materialen, maar door het chassis en de aandrijving samen te stellen uit gedeeltes, wat in die tijd vreemd en ver vooruit was, kon hij toch een auto bouwen. Zoals gebruikelijk in Engeland liet hij de body en constructie over aan andere bedrijven. De roadster body werd gemaakt door Westland Engineering of Hereford. Tevens werd een dichte body gemaakt door Elliots of Reading.
De auto werd aan een enthousiaste pers getoond in januari 1946. Orders werden geplaatst en de Donald Healey Motor Company was geboren. Dit bedrijf stond in Warwick in een oude RAF hangar. Door verschillende bedrijven in te schakelen zijn de 8 auto's die in 1946 zijn gemaakt veelal verschillend.

In 1949 ging DMH samenwerken met Nash-Kelvinator Corporation.
Zijn plan was om sportauto's te bouwen met een 3.8 liter Nash 6 cilinder motor.
Deze Nash Healey was alleen voor Amerika ontwikkeld. Later deed hij in het geheim een deal met Austin's baas Leonard Lord om de A 90 2.6 liter 4 cilinder te kopen. Hij wou het gat vullen tussen de weinig vermogen hebbende MG-TC en de moderne maar dure Jaguar XK. Er werd gezocht naar een alternatief met een hoog volume en lage kosten. Het resultaat die hij samen met zijn zoon Geoffrey had ontwikkeld was de legende “Mona Lisa”, die later de naam Healey 100 kreeg, vanwege de PK's en de snelheid, die beiden boven de 100 kwamen.  

Na de Earls Court Motor Show, waar de Healey 100 werd gepresenteerd, was de auto een groot succes. DMH kwam met Leonard Lord, directeur van BMC, tot een overeenstemming voor de productie van de Austin Healey 100 bij BMC. Hij kreeg voor elke geproduceerde auto royalty's. De samenwerking duurde 16 jaar. Totaal zijn er drie ontwerpen gezamenlijk gemaakt, nl Austin Healey 100, Austin Healey 3000 en de Austin Healey Sprite.

In 1953 en 1954 maakte DMH, Amerikaanse en internationale records op de Bonneville zoutvlakten.

Toen hij in 1972 voorzitter was van Jensen Motors werd de Jensen Healey geïntroduceerd.
In 1973 kreeg DMH voor export een onderscheiding, namelijk Commander of the Order of the British Empire ( CBE ).
Totaal zijn er 200.000 Healey's gemaakt waarvan de meeste naar Amerika zijn geëxporteerd.
Op 15 januari 1988 overleed DMH.


Donald Mitchell Healey ( DMH wilde hij genoemd worden )

Hij is geboren op 3 juli 1898 in Perranporth ( Cornwall ). Hij is de zoon van een winkelier, die later aannemer en projectontwikkelaar werd.
Na zijn schooltijd ging hij als leerling werken bij Sopwith Aviation. Hier leerde hij het werken met machines.

Door het uitbreken van de 1e WO ruilde hij zijn werkzaamheden van mecanicien naar piloot. In 1916 verongelukte hij bij 1 van de eerste nachtelijke bombardement missies. Hierna ging hij terug naar Cornwall, Hij nam een cursus auto/machine bouw en tevens was hij geïnteresseerd in  radio-ontvangers. Na het ontwerpen van een radio-ontvanger ging zijn voorkeur toch naar de auto's.

Zijn vader hielp hem met het opstarten van een garage. Hij haalde zijn inkomen onder andere uit hetrijden met een touringcar en autoverhuur. Het bedrijf ging goed en de jonge DMH kreeg interesse in Auto sport. Hij kocht een ABC met   horizontaal platliggende, luchtgekoelde cilinders. In 1922 nam hij deel aan vele trials en heuveltochten.

Door de autosport ontmoette en ontwikkelde hij vriendschap met bekende mensen uit de auto branche, zoals de Riley broers en Cecil Kimber ( die  bezig was de MG op te starten).
Door zijn successen in de rally's en trials veroverde hij een plaats voor de rally van Monte Carlo in 1929. Hij reed deze race in een Triumph Super Seven Saloon.
Het eerste jaar werd niet veel, maar de 7e plaats in het volgende jaar leverde hem een fabrieksplaats op, in een Invicta.
In 1931 won hij deze rally ondanks dat de remmen van 1 wiel kapot waren.
Na een kort verblijf bij de Riley broers waar hij in een Riley Brooklands reed ging hij over naar de Triumph Motor Company.
In deze tijd verkocht hij zijn bedrijf.
Bij Triumph werd hij experimenteel ontwerper. Hij was verantwoordelijk voor het Triumph rally programma.

Toen hij bij deze firma werkte gaf hij Alfa Romeo een groot compliment door de motor van de Monza bijna te kopiëren. Deze motoren werden geïnstalleerd in de door hem ontworpen Triumph Dolomite Eight en Southern Cross.
Helaas werd 1 van de 3 Dolomites die gebouwd zijn, tijdens de rally van Monte Carlo in 1934 door een trein geraakt, niemand behalve de auto raakte ernstig gewond. DMH bleef bij Triumph totdat deze firma aan het begin van de 2e WO werd geliquideerd.

Toen ging hij over naar Humber, dit bedrijf was gespecialiseerd in pantser voertuigen. Hij deed dit met het idee om na de oorlog een eigen auto te gaan bouwen. Bij Humber ontmoette hij de chassis specialist Achille Sampietro die na de oorlog bij hem ging werken. Tijdens de oorlog was hij ook verantwoordelijk voor het ontwikkelen van een vliegtuig carburateur voor het ministerie van bevoorrading.

Na de oorlog ging hij met een 2.4 liter motor van Riley aan de slag. Deze motor produceerde 100 PK, dit was volgens DMH minimaal nodig voor een sportauto. Het team had moeite met het vinden van materialen, maar door het chassis en de aandrijving samen te stellen uit gedeeltes, wat in die tijd vreemd en ver vooruit was, kon hij toch een auto bouwen. Zoals gebruikelijk in Engeland liet hij de body en constructie over aan andere bedrijven. De roadster body werd gemaakt door Westland Engineering of Hereford. Tevens werd een dichte body gemaakt door Elliots of Reading.
De auto werd aan een enthousiaste pers getoond in januari 1946. Orders werden geplaatst en de Donald Healey Motor Company was geboren. Dit bedrijf stond in Warwick in een oude RAF hangar. Door verschillende bedrijven in te schakelen zijn de 8 auto's die in 1946 zijn gemaakt veelal verschillend.

In 1949 ging DMH samenwerken met Nash-Kelvinator Corporation.
Zijn plan was om sportauto's te bouwen met een 3.8 liter Nash 6 cilinder motor.
Deze Nash Healey was alleen voor Amerika ontwikkeld. Later deed hij in het geheim een deal met Austin's baas Leonard Lord om de A 90 2.6 liter 4 cilinder te kopen. Hij wou het gat vullen tussen de weinig vermogen hebbende MG-TC en de moderne maar dure Jaguar XK. Er werd gezocht naar een alternatief met een hoog volume en lage kosten. Het resultaat die hij samen met zijn zoon Geoffrey had ontwikkeld was de legende “Mona Lisa”, die later de naam Healey 100 kreeg, vanwege de PK's en de snelheid, die beiden boven de 100 kwamen.  

Na de Earls Court Motor Show, waar de Healey 100 werd gepresenteerd, was de auto een groot succes. DMH kwam met Leonard Lord, directeur van BMC, tot een overeenstemming voor de productie van de Austin Healey 100 bij BMC. Hij kreeg voor elke geproduceerde auto royalty's. De samenwerking duurde 16 jaar. Totaal zijn er drie ontwerpen gezamenlijk gemaakt, nl Austin Healey 100, Austin Healey 3000 en de Austin Healey Sprite.

In 1953 en 1954 maakte DMH, Amerikaanse en internationale records op de Bonneville zoutvlakten.

Toen hij in 1972 voorzitter was van Jensen Motors werd de Jensen Healey geïntroduceerd.
In 1973 kreeg DMH voor export een onderscheiding, namelijk Commander of the Order of the British Empire ( CBE ).
Totaal zijn er 200.000 Healey's gemaakt waarvan de meeste naar Amerika zijn geëxporteerd.
Op 15 januari 1988 overleed DMH.


Donald Mitchell Healey ( DMH wilde hij genoemd worden )

Hij is geboren op 3 juli 1898 in Perranporth ( Cornwall ). Hij is de zoon van een winkelier, die later aannemer en projectontwikkelaar werd.
Na zijn schooltijd ging hij als leerling werken bij Sopwith Aviation. Hier leerde hij het werken met machines.

Door het uitbreken van de 1e WO ruilde hij zijn werkzaamheden van mecanicien naar piloot. In 1916 verongelukte hij bij 1 van de eerste nachtelijke bombardement missies. Hierna ging hij terug naar Cornwall, Hij nam een cursus auto/machine bouw en tevens was hij geïnteresseerd in  radio-ontvangers. Na het ontwerpen van een radio-ontvanger ging zijn voorkeur toch naar de auto's.

Zijn vader hielp hem met het opstarten van een garage. Hij haalde zijn inkomen onder andere uit hetrijden met een touringcar en autoverhuur. Het bedrijf ging goed en de jonge DMH kreeg interesse in Auto sport. Hij kocht een ABC met   horizontaal platliggende, luchtgekoelde cilinders. In 1922 nam hij deel aan vele trials en heuveltochten.

Door de autosport ontmoette en ontwikkelde hij vriendschap met bekende mensen uit de auto branche, zoals de Riley broers en Cecil Kimber ( die  bezig was de MG op te starten).
Door zijn successen in de rally's en trials veroverde hij een plaats voor de rally van Monte Carlo in 1929. Hij reed deze race in een Triumph Super Seven Saloon.
Het eerste jaar werd niet veel, maar de 7e plaats in het volgende jaar leverde hem een fabrieksplaats op, in een Invicta.
In 1931 won hij deze rally ondanks dat de remmen van 1 wiel kapot waren.
Na een kort verblijf bij de Riley broers waar hij in een Riley Brooklands reed ging hij over naar de Triumph Motor Company.
In deze tijd verkocht hij zijn bedrijf.
Bij Triumph werd hij experimenteel ontwerper. Hij was verantwoordelijk voor het Triumph rally programma.

Toen hij bij deze firma werkte gaf hij Alfa Romeo een groot compliment door de motor van de Monza bijna te kopiëren. Deze motoren werden geïnstalleerd in de door hem ontworpen Triumph Dolomite Eight en Southern Cross.
Helaas werd 1 van de 3 Dolomites die gebouwd zijn, tijdens de rally van Monte Carlo in 1934 door een trein geraakt, niemand behalve de auto raakte ernstig gewond. DMH bleef bij Triumph totdat deze firma aan het begin van de 2e WO werd geliquideerd.

Toen ging hij over naar Humber, dit bedrijf was gespecialiseerd in pantser voertuigen. Hij deed dit met het idee om na de oorlog een eigen auto te gaan bouwen. Bij Humber ontmoette hij de chassis specialist Achille Sampietro die na de oorlog bij hem ging werken. Tijdens de oorlog was hij ook verantwoordelijk voor het ontwikkelen van een vliegtuig carburateur voor het ministerie van bevoorrading.

Na de oorlog ging hij met een 2.4 liter motor van Riley aan de slag. Deze motor produceerde 100 PK, dit was volgens DMH minimaal nodig voor een sportauto. Het team had moeite met het vinden van materialen, maar door het chassis en de aandrijving samen te stellen uit gedeeltes, wat in die tijd vreemd en ver vooruit was, kon hij toch een auto bouwen. Zoals gebruikelijk in Engeland liet hij de body en constructie over aan andere bedrijven. De roadster body werd gemaakt door Westland Engineering of Hereford. Tevens werd een dichte body gemaakt door Elliots of Reading.
De auto werd aan een enthousiaste pers getoond in januari 1946. Orders werden geplaatst en de Donald Healey Motor Company was geboren. Dit bedrijf stond in Warwick in een oude RAF hangar. Door verschillende bedrijven in te schakelen zijn de 8 auto's die in 1946 zijn gemaakt veelal verschillend.

In 1949 ging DMH samenwerken met Nash-Kelvinator Corporation.
Zijn plan was om sportauto's te bouwen met een 3.8 liter Nash 6 cilinder motor.
Deze Nash Healey was alleen voor Amerika ontwikkeld. Later deed hij in het geheim een deal met Austin's baas Leonard Lord om de A 90 2.6 liter 4 cilinder te kopen. Hij wou het gat vullen tussen de weinig vermogen hebbende MG-TC en de moderne maar dure Jaguar XK. Er werd gezocht naar een alternatief met een hoog volume en lage kosten. Het resultaat die hij samen met zijn zoon Geoffrey had ontwikkeld was de legende “Mona Lisa”, die later de naam Healey 100 kreeg, vanwege de PK's en de snelheid, die beiden boven de 100 kwamen.  

Na de Earls Court Motor Show, waar de Healey 100 werd gepresenteerd, was de auto een groot succes. DMH kwam met Leonard Lord, directeur van BMC, tot een overeenstemming voor de productie van de Austin Healey 100 bij BMC. Hij kreeg voor elke geproduceerde auto royalty's. De samenwerking duurde 16 jaar. Totaal zijn er drie ontwerpen gezamenlijk gemaakt, nl Austin Healey 100, Austin Healey 3000 en de Austin Healey Sprite.

In 1953 en 1954 maakte DMH, Amerikaanse en internationale records op de Bonneville zoutvlakten.

Toen hij in 1972 voorzitter was van Jensen Motors werd de Jensen Healey geïntroduceerd.
In 1973 kreeg DMH voor export een onderscheiding, namelijk Commander of the Order of the British Empire ( CBE ).
Totaal zijn er 200.000 Healey's gemaakt waarvan de meeste naar Amerika zijn geëxporteerd.
Op 15 januari 1988 overleed DMH.


Donald Mitchell Healey ( DMH wilde hij genoemd worden )

Hij is geboren op 3 juli 1898 in Perranporth ( Cornwall ). Hij is de zoon van een winkelier, die later aannemer en projectontwikkelaar werd.
Na zijn schooltijd ging hij als leerling werken bij Sopwith Aviation. Hier leerde hij het werken met machines.

Door het uitbreken van de 1e WO ruilde hij zijn werkzaamheden van mecanicien naar piloot. In 1916 verongelukte hij bij 1 van de eerste nachtelijke bombardement missies. Hierna ging hij terug naar Cornwall, Hij nam een cursus auto/machine bouw en tevens was hij geïnteresseerd in  radio-ontvangers. Na het ontwerpen van een radio-ontvanger ging zijn voorkeur toch naar de auto's.

Zijn vader hielp hem met het opstarten van een garage. Hij haalde zijn inkomen onder andere uit hetrijden met een touringcar en autoverhuur. Het bedrijf ging goed en de jonge DMH kreeg interesse in Auto sport. Hij kocht een ABC met   horizontaal platliggende, luchtgekoelde cilinders. In 1922 nam hij deel aan vele trials en heuveltochten.

Door de autosport ontmoette en ontwikkelde hij vriendschap met bekende mensen uit de auto branche, zoals de Riley broers en Cecil Kimber ( die  bezig was de MG op te starten).
Door zijn successen in de rally's en trials veroverde hij een plaats voor de rally van Monte Carlo in 1929. Hij reed deze race in een Triumph Super Seven Saloon.
Het eerste jaar werd niet veel, maar de 7e plaats in het volgende jaar leverde hem een fabrieksplaats op, in een Invicta.
In 1931 won hij deze rally ondanks dat de remmen van 1 wiel kapot waren.
Na een kort verblijf bij de Riley broers waar hij in een Riley Brooklands reed ging hij over naar de Triumph Motor Company.
In deze tijd verkocht hij zijn bedrijf.
Bij Triumph werd hij experimenteel ontwerper. Hij was verantwoordelijk voor het Triumph rally programma.

Toen hij bij deze firma werkte gaf hij Alfa Romeo een groot compliment door de motor van de Monza bijna te kopiëren. Deze motoren werden geïnstalleerd in de door hem ontworpen Triumph Dolomite Eight en Southern Cross.
Helaas werd 1 van de 3 Dolomites die gebouwd zijn, tijdens de rally van Monte Carlo in 1934 door een trein geraakt, niemand behalve de auto raakte ernstig gewond. DMH bleef bij Triumph totdat deze firma aan het begin van de 2e WO werd geliquideerd.

Toen ging hij over naar Humber, dit bedrijf was gespecialiseerd in pantser voertuigen. Hij deed dit met het idee om na de oorlog een eigen auto te gaan bouwen. Bij Humber ontmoette hij de chassis specialist Achille Sampietro die na de oorlog bij hem ging werken. Tijdens de oorlog was hij ook verantwoordelijk voor het ontwikkelen van een vliegtuig carburateur voor het ministerie van bevoorrading.

Na de oorlog ging hij met een 2.4 liter motor van Riley aan de slag. Deze motor produceerde 100 PK, dit was volgens DMH minimaal nodig voor een sportauto. Het team had moeite met het vinden van materialen, maar door het chassis en de aandrijving samen te stellen uit gedeeltes, wat in die tijd vreemd en ver vooruit was, kon hij toch een auto bouwen. Zoals gebruikelijk in Engeland liet hij de body en constructie over aan andere bedrijven. De roadster body werd gemaakt door Westland Engineering of Hereford. Tevens werd een dichte body gemaakt door Elliots of Reading.
De auto werd aan een enthousiaste pers getoond in januari 1946. Orders werden geplaatst en de Donald Healey Motor Company was geboren. Dit bedrijf stond in Warwick in een oude RAF hangar. Door verschillende bedrijven in te schakelen zijn de 8 auto's die in 1946 zijn gemaakt veelal verschillend.

In 1949 ging DMH samenwerken met Nash-Kelvinator Corporation.
Zijn plan was om sportauto's te bouwen met een 3.8 liter Nash 6 cilinder motor.
Deze Nash Healey was alleen voor Amerika ontwikkeld. Later deed hij in het geheim een deal met Austin's baas Leonard Lord om de A 90 2.6 liter 4 cilinder te kopen. Hij wou het gat vullen tussen de weinig vermogen hebbende MG-TC en de moderne maar dure Jaguar XK. Er werd gezocht naar een alternatief met een hoog volume en lage kosten. Het resultaat die hij samen met zijn zoon Geoffrey had ontwikkeld was de legende “Mona Lisa”, die later de naam Healey 100 kreeg, vanwege de PK's en de snelheid, die beiden boven de 100 kwamen.  

Na de Earls Court Motor Show, waar de Healey 100 werd gepresenteerd, was de auto een groot succes. DMH kwam met Leonard Lord, directeur van BMC, tot een overeenstemming voor de productie van de Austin Healey 100 bij BMC. Hij kreeg voor elke geproduceerde auto royalty's. De samenwerking duurde 16 jaar. Totaal zijn er drie ontwerpen gezamenlijk gemaakt, nl Austin Healey 100, Austin Healey 3000 en de Austin Healey Sprite.

In 1953 en 1954 maakte DMH, Amerikaanse en internationale records op de Bonneville zoutvlakten.

Toen hij in 1972 voorzitter was van Jensen Motors werd de Jensen Healey geïntroduceerd.
In 1973 kreeg DMH voor export een onderscheiding, namelijk Commander of the Order of the British Empire ( CBE ).
Totaal zijn er 200.000 Healey's gemaakt waarvan de meeste naar Amerika zijn geëxporteerd.
Op 15 januari 1988 overleed DMH.


Donald Mitchell Healey ( DMH wilde hij genoemd worden )

Hij is geboren op 3 juli 1898 in Perranporth ( Cornwall ). Hij is de zoon van een winkelier, die later aannemer en projectontwikkelaar werd.
Na zijn schooltijd ging hij als leerling werken bij Sopwith Aviation. Hier leerde hij het werken met machines.

Door het uitbreken van de 1e WO ruilde hij zijn werkzaamheden van mecanicien naar piloot. In 1916 verongelukte hij bij 1 van de eerste nachtelijke bombardement missies. Hierna ging hij terug naar Cornwall, Hij nam een cursus auto/machine bouw en tevens was hij geïnteresseerd in  radio-ontvangers. Na het ontwerpen van een radio-ontvanger ging zijn voorkeur toch naar de auto's.

Zijn vader hielp hem met het opstarten van een garage. Hij haalde zijn inkomen onder andere uit hetrijden met een touringcar en autoverhuur. Het bedrijf ging goed en de jonge DMH kreeg interesse in Auto sport. Hij kocht een ABC met   horizontaal platliggende, luchtgekoelde cilinders. In 1922 nam hij deel aan vele trials en heuveltochten.

Door de autosport ontmoette en ontwikkelde hij vriendschap met bekende mensen uit de auto branche, zoals de Riley broers en Cecil Kimber ( die  bezig was de MG op te starten).
Door zijn successen in de rally's en trials veroverde hij een plaats voor de rally van Monte Carlo in 1929. Hij reed deze race in een Triumph Super Seven Saloon.
Het eerste jaar werd niet veel, maar de 7e plaats in het volgende jaar leverde hem een fabrieksplaats op, in een Invicta.
In 1931 won hij deze rally ondanks dat de remmen van 1 wiel kapot waren.
Na een kort verblijf bij de Riley broers waar hij in een Riley Brooklands reed ging hij over naar de Triumph Motor Company.
In deze tijd verkocht hij zijn bedrijf.
Bij Triumph werd hij experimenteel ontwerper. Hij was verantwoordelijk voor het Triumph rally programma.

Toen hij bij deze firma werkte gaf hij Alfa Romeo een groot compliment door de motor van de Monza bijna te kopiëren. Deze motoren werden geïnstalleerd in de door hem ontworpen Triumph Dolomite Eight en Southern Cross.
Helaas werd 1 van de 3 Dolomites die gebouwd zijn, tijdens de rally van Monte Carlo in 1934 door een trein geraakt, niemand behalve de auto raakte ernstig gewond. DMH bleef bij Triumph totdat deze firma aan het begin van de 2e WO werd geliquideerd.

Toen ging hij over naar Humber, dit bedrijf was gespecialiseerd in pantser voertuigen. Hij deed dit met het idee om na de oorlog een eigen auto te gaan bouwen. Bij Humber ontmoette hij de chassis specialist Achille Sampietro die na de oorlog bij hem ging werken. Tijdens de oorlog was hij ook verantwoordelijk voor het ontwikkelen van een vliegtuig carburateur voor het ministerie van bevoorrading.

Na de oorlog ging hij met een 2.4 liter motor van Riley aan de slag. Deze motor produceerde 100 PK, dit was volgens DMH minimaal nodig voor een sportauto. Het team had moeite met het vinden van materialen, maar door het chassis en de aandrijving samen te stellen uit gedeeltes, wat in die tijd vreemd en ver vooruit was, kon hij toch een auto bouwen. Zoals gebruikelijk in Engeland liet hij de body en constructie over aan andere bedrijven. De roadster body werd gemaakt door Westland Engineering of Hereford. Tevens werd een dichte body gemaakt door Elliots of Reading.
De auto werd aan een enthousiaste pers getoond in januari 1946. Orders werden geplaatst en de Donald Healey Motor Company was geboren. Dit bedrijf stond in Warwick in een oude RAF hangar. Door verschillende bedrijven in te schakelen zijn de 8 auto's die in 1946 zijn gemaakt veelal verschillend.

In 1949 ging DMH samenwerken met Nash-Kelvinator Corporation.
Zijn plan was om sportauto's te bouwen met een 3.8 liter Nash 6 cilinder motor.
Deze Nash Healey was alleen voor Amerika ontwikkeld. Later deed hij in het geheim een deal met Austin's baas Leonard Lord om de A 90 2.6 liter 4 cilinder te kopen. Hij wou het gat vullen tussen de weinig vermogen hebbende MG-TC en de moderne maar dure Jaguar XK. Er werd gezocht naar een alternatief met een hoog volume en lage kosten. Het resultaat die hij samen met zijn zoon Geoffrey had ontwikkeld was de legende “Mona Lisa”, die later de naam Healey 100 kreeg, vanwege de PK's en de snelheid, die beiden boven de 100 kwamen.  

Na de Earls Court Motor Show, waar de Healey 100 werd gepresenteerd, was de auto een groot succes. DMH kwam met Leonard Lord, directeur van BMC, tot een overeenstemming voor de productie van de Austin Healey 100 bij BMC. Hij kreeg voor elke geproduceerde auto royalty's. De samenwerking duurde 16 jaar. Totaal zijn er drie ontwerpen gezamenlijk gemaakt, nl Austin Healey 100, Austin Healey 3000 en de Austin Healey Sprite.

In 1953 en 1954 maakte DMH, Amerikaanse en internationale records op de Bonneville zoutvlakten.

Toen hij in 1972 voorzitter was van Jensen Motors werd de Jensen Healey geïntroduceerd.
In 1973 kreeg DMH voor export een onderscheiding, namelijk Commander of the Order of the British Empire ( CBE ).
Totaal zijn er 200.000 Healey's gemaakt waarvan de meeste naar Amerika zijn geëxporteerd.
Op 15 januari 1988 overleed DMH.


Donald Mitchell Healey ( DMH wilde hij genoemd worden )

Hij is geboren op 3 juli 1898 in Perranporth ( Cornwall ). Hij is de zoon van een winkelier, die later aannemer en projectontwikkelaar werd.
Na zijn schooltijd ging hij als leerling werken bij Sopwith Aviation. Hier leerde hij het werken met machines.

Door het uitbreken van de 1e WO ruilde hij zijn werkzaamheden van mecanicien naar piloot. In 1916 verongelukte hij bij 1 van de eerste nachtelijke bombardement missies. Hierna ging hij terug naar Cornwall, Hij nam een cursus auto/machine bouw en tevens was hij geïnteresseerd in  radio-ontvangers. Na het ontwerpen van een radio-ontvanger ging zijn voorkeur toch naar de auto's.

Zijn vader hielp hem met het opstarten van een garage. Hij haalde zijn inkomen onder andere uit hetrijden met een touringcar en autoverhuur. Het bedrijf ging goed en de jonge DMH kreeg interesse in Auto sport. Hij kocht een ABC met   horizontaal platliggende, luchtgekoelde cilinders. In 1922 nam hij deel aan vele trials en heuveltochten.

Door de autosport ontmoette en ontwikkelde hij vriendschap met bekende mensen uit de auto branche, zoals de Riley broers en Cecil Kimber ( die  bezig was de MG op te starten).
Door zijn successen in de rally's en trials veroverde hij een plaats voor de rally van Monte Carlo in 1929. Hij reed deze race in een Triumph Super Seven Saloon.
Het eerste jaar werd niet veel, maar de 7e plaats in het volgende jaar leverde hem een fabrieksplaats op, in een Invicta.
In 1931 won hij deze rally ondanks dat de remmen van 1 wiel kapot waren.
Na een kort verblijf bij de Riley broers waar hij in een Riley Brooklands reed ging hij over naar de Triumph Motor Company.
In deze tijd verkocht hij zijn bedrijf.
Bij Triumph werd hij experimenteel ontwerper. Hij was verantwoordelijk voor het Triumph rally programma.

Toen hij bij deze firma werkte gaf hij Alfa Romeo een groot compliment door de motor van de Monza bijna te kopiëren. Deze motoren werden geïnstalleerd in de door hem ontworpen Triumph Dolomite Eight en Southern Cross.
Helaas werd 1 van de 3 Dolomites die gebouwd zijn, tijdens de rally van Monte Carlo in 1934 door een trein geraakt, niemand behalve de auto raakte ernstig gewond. DMH bleef bij Triumph totdat deze firma aan het begin van de 2e WO werd geliquideerd.

Toen ging hij over naar Humber, dit bedrijf was gespecialiseerd in pantser voertuigen. Hij deed dit met het idee om na de oorlog een eigen auto te gaan bouwen. Bij Humber ontmoette hij de chassis specialist Achille Sampietro die na de oorlog bij hem ging werken. Tijdens de oorlog was hij ook verantwoordelijk voor het ontwikkelen van een vliegtuig carburateur voor het ministerie van bevoorrading.

Na de oorlog ging hij met een 2.4 liter motor van Riley aan de slag. Deze motor produceerde 100 PK, dit was volgens DMH minimaal nodig voor een sportauto. Het team had moeite met het vinden van materialen, maar door het chassis en de aandrijving samen te stellen uit gedeeltes, wat in die tijd vreemd en ver vooruit was, kon hij toch een auto bouwen. Zoals gebruikelijk in Engeland liet hij de body en constructie over aan andere bedrijven. De roadster body werd gemaakt door Westland Engineering of Hereford. Tevens werd een dichte body gemaakt door Elliots of Reading.
De auto werd aan een enthousiaste pers getoond in januari 1946. Orders werden geplaatst en de Donald Healey Motor Company was geboren. Dit bedrijf stond in Warwick in een oude RAF hangar. Door verschillende bedrijven in te schakelen zijn de 8 auto's die in 1946 zijn gemaakt veelal verschillend.

In 1949 ging DMH samenwerken met Nash-Kelvinator Corporation.
Zijn plan was om sportauto's te bouwen met een 3.8 liter Nash 6 cilinder motor.
Deze Nash Healey was alleen voor Amerika ontwikkeld. Later deed hij in het geheim een deal met Austin's baas Leonard Lord om de A 90 2.6 liter 4 cilinder te kopen. Hij wou het gat vullen tussen de weinig vermogen hebbende MG-TC en de moderne maar dure Jaguar XK. Er werd gezocht naar een alternatief met een hoog volume en lage kosten. Het resultaat die hij samen met zijn zoon Geoffrey had ontwikkeld was de legende “Mona Lisa”, die later de naam Healey 100 kreeg, vanwege de PK's en de snelheid, die beiden boven de 100 kwamen.  

Na de Earls Court Motor Show, waar de Healey 100 werd gepresenteerd, was de auto een groot succes. DMH kwam met Leonard Lord, directeur van BMC, tot een overeenstemming voor de productie van de Austin Healey 100 bij BMC. Hij kreeg voor elke geproduceerde auto royalty's. De samenwerking duurde 16 jaar. Totaal zijn er drie ontwerpen gezamenlijk gemaakt, nl Austin Healey 100, Austin Healey 3000 en de Austin Healey Sprite.

In 1953 en 1954 maakte DMH, Amerikaanse en internationale records op de Bonneville zoutvlakten.

Toen hij in 1972 voorzitter was van Jensen Motors werd de Jensen Healey geïntroduceerd.
In 1973 kreeg DMH voor export een onderscheiding, namelijk Commander of the Order of the British Empire ( CBE ).
Totaal zijn er 200.000 Healey's gemaakt waarvan de meeste naar Amerika zijn geëxporteerd.
Op 15 januari 1988 overleed DMH.